Stadsrechten


Stadsrechten.

Stadsrechten zijn bijzondere privileges verleend door de landsheer of geestelijke van het land waar de stad zich in bevond. Er bestaan veel vormen van stadsrechten. De term stadsrechten zoals wij die vandaag kennen bestond niet in de tijd waarin stadsrechten werden verleend. Stadsrechten bestonden vaak uit diverse aparte privileges, zoals het bouwen van stadsmuren of het houden van een markt, die soms over de loop van jaren werden verleend. De redenen voor het verlenen van deze privileges waren ook erg divers. Zo kon een landsheer het doel hebben om nederzetting te ontwikkelen tot een economisch knooppunt, waarmee de belastinginkomsten flink verbeterden. In sommige gevallen werkte dit ook, maar er zijn ook voorbeelden van steden die nooit echt tot bloei zijn gekomen en wij tegenwoordig ook geen "stad" zouden noemen. In andere gevallen waren het de edelen zelf die een verzoek deden voor stadsrechten, die dan door de vorst (soms tegen betaling uiteraard) konden worden verleend.

Zegel

Stadsrechten. En wie ze kon verstrekken.

Wie het privilege mocht verlenen is terug te voeren tot de regerend keizer (of paus) van die tijd - als het om steden in het Heilig Roomse Rijk (HRR) gaat. In de praktijk verleende de landsheer de stadsrechten op eigen initiatief, maar officieel deed hij dat als leenman van de keizer, of in het geval van de bisschoppen in naam van de paus.
Naast de herleiding tot de keizer, zijn er ook belangrijke verschillen in de traditie van de verleningen. Zeker in latere jaren (16e eeuw en later) waren stadsrechten meer een formaliteit geworden dan een daadwerkelijk privilege waarmee de burgers van een stad meer zelfstandig van de landsheer konden opereren. De 'echte' stadsrechten zijn volgens deze website dan ook verleend in de traditie van de Brabantse Hertogen. Het vroegste jaartal voor dergelijke stadsrechtverleningen ligt op of dichtbij de stadsrechten verlening aan Leuven. Veel van de stadsrechten die verleend zijn in die traditie, zijn gekopieerd van het Leuvense voorbeeld of een afgeleide ervan.

Keizer

Stadsrechten en titels. Definities.

Omdat de stadsrechten zo divers zijn, is het lastig om een exacte streep te trekken tussen steden die wel stadsrechten hebben en steden die ze niet zouden hebben. Een stad wordt daarom als stad opgenomen in dit overzicht als het voldoet aan deze criteria:

  • De stad heeft het predikaat "Stad" heeft gekregen in het boek "Repertorium van de stadsrechten in Nederland" uit 2012.
    De plaatsen die in het boek staan maar toch geen stad zijn, worden wel genoemd en in sommige gevallen uitgewerkt. Deze zijn te herkennen doordat in de lijst met steden geen vinkje onder de kolom Stad staat (bijvoorbeeld Abbekerk).
  • Die stad heeft de stadsrechten verkregen van een landsheer of geestelijke, die deze bevoegdheid had namens de Keizer van het Heilig Rooms Rijk of namens de Paus. Hiervoor wordt met name naar het Repertorium gekeken of er een verlener is vermeld bij de stad.
  • De stadsrechten zijn voor de ontbinding van het Heilig Rooms Rijk verleend (6 augustus 1806)

Een ander onderwerp waar regels voor nodig blijken te zijn, zijn de titels van de landsheren. Om de titel te bepalen van de landsheer (op het moment van de stadsrechtenverlening) wordt voor deze site gekeken naar de volgende criteria:

  • De landsheer moet daadwerkelijk landsheer (of landsvrouwe) zijn.

    Dat betekent dat de titels die bij de landsheer vermeld worden de titels zijn die hij krijgt namens de landen die hij in leen heeft van de keizer. Wat precies een "leen" inhoudt, wordt naarmate de eeuwen vorderen steeds onduidelijker, maar zolang het bezit van het land terug te leiden is naar de keizer, wordt de titel van de landsheer vermeld.
  • Titels die niet bij een Land horen, worden niet vermeld.
    Zo worden de Heren van 's-Heerenberg (Bergh) niet als graaf genoemd, omdat 's-Heerenberg een Bannerheerlijkheid of Baanderij was. Desalniettemin noemden/noemen de heren zich wel graaf. Het kan zijn dat de titel uit een ander eigendom is verkregen. In dat geval wordt die titel bij dat Land vermeld. Een uitzondering op deze regel is als bij het aantreden van de nieuwe vorst het Land komt te vervallen door fusie of opdeling, maar de titel nog gehanteerd wordt. Dit is het geval bij het Hertogdom van Neder-Lotharingen waarvan het grondgebied in 1190 is opgeheven, maar verbonden bleef met de Hertog van Brabant. Als na opdeling of fusie specifieke gegevens beschikbaar zijn over de titel en het land (en het gebruik ervan), worden die gegevens genoemd. Bijvoorbeeld bij de opdeling van het graafschap Nassau, waardoor Willem van Oranje hier genoemd wordt als graaf van Nassau-Breda.
  • Als een Land eenmaal onderdeel is geweest van het Heilig Rooms Rijk wordt verondersteld dat de titel die bij het Land hoort gewoon in stand blijft na de overgang van het land naar een andere vorst buiten het Heilig Rooms Rijk. Het prinsdom van Oranje is bijvoorbeeld in 1713 officieel Frans grondgebied, maar de titel blijft voor dit overzicht in stand tot 1731 (alhoewel niet relevant). Indien het Land ook opgeheven wordt of de titel komt te vervallen, dan wordt ook voor dit overzicht de titel niet meer vermeld.
  • Indien de landsheer een geestelijke is (Bisschop), dan wordt zijn titel genoemd die hem door of namens de Paus is verleend.

Keizer