31 december 1317
De oudste vermelding van 'Wanzem' dateert van 1242 en staat in een oorkonde van Hendrik, heer van Cuyk.
Het Land van Kessel ligt ter hoogte van Venlo westelijk van de rivier de Maas. In de 13e eeuw behoort het gedeeltelijk tot het graafschap Kessel. In 1279 verkoopt Hendrik, graaf van Kessel, een deel van zijn graafschap [westelijk van de Maas] aan graaf Reinald I van Gelre. Deze heeft bezittingen in Venray destijds de 'eigenheit Rode' genoemd. Deze gebieden worden bestuurlijk samengebracht in het Ambt Kessel. Vanaf 1352 functioneert in dit gebied een Ambtman als hoogste bestuursvertegenwoordiger van de Graaf van Gelre. Het Ambt Kessel omvat die gebieden die rechtstreeks onder het beheer van de graaf (vanaf 1339 hertog) van Gelre staan. Tot die gebieden horen de dorpen Baarlo, Maasbree, Blerick, Helden, Sevenum, Venray en Wanssum.
Vanwege het ontbreken van een goede militaire machtsbasis op de noord-westelijke oever van de Maas, mede als tegenhanger van de stad Grave, overweegt Reinald I, graaf van Gelre, ter hoogte van Venray een stad te stichten. Eén van de plaatsen waarvoor hem van rijkswege door Rooms koning Frederik op 16 november 1314 toestemming wordt verleend om stedelijke vrijheid aan te geven, is Wansheim supra Mosam. Dit is echter nooit gerealiseerd.
Op 1 augustus 1317 krijgt graaf Reinald I toestemming van Rooms koning Frederik om in plaats van aan Wanssum stedelijke vrijheid te verlenen aan 'Geystern'. Ook deze stadsstichting is niet uitgevoerd.