25 februari 1212
Huis Brabant
De oudste vermelding van ‘Breda’ dateert van 1152 (cop. 16e e.).
De agrarische nederzetting is uiterlijk in de 12 e eeuw ontstaan. Van zaterdag 25 februari 1212 dateren oorkonden van Godfried, heer van Breda en Schoten, en van de hertog van Brabant waaruit blijkt dat er in het Land van Breda twee steden zijn. Deze opida libera (vrije plaatsen) van de heer van Breda zijn vrijwel zeker Bergen op Zoom en Breda. Zij zullen hun vrijheidsstatuut vermoedelijk na ca. 1198 verkregen hebben. Daarbij wordt men ontheven van domaniale verplichtingen door onttrekking aan het landrecht. Dit zal hebben plaatsgevonden op verzoek van de inwoners, mogelijk op instigatie van de heer van Breda.
Evenals Bergen op Zoom verkrijgt Breda het (stads)recht van Antwerpen, waar zij beide ook te hoofde gaan. Breda en Bergen op Zoom zijn eenvoudige marktnederzettingen met vrijheden in de grensregio tussen Holland en Brabant. De creatie van de vrijheden Breda en Bergen op Zoom en die van een vijftal hertogelijke steden vindt niet plaats in het kader van een landsheerlijke machtspolitiek, maar als streekcentra voor handel en administratie. Deze stedelijke ontwikkeling lijkt wel de directe aanleiding te zijn geweest voor de stadsrechtverlening door de Hollandse graaf aan Geertruidenberg in 1213.
Op zondag 23 juni 1252 stelt Hendrik IV, heer van Breda, zijn opidanis (nostris) de Breda vrij van alle (vrijwel) lasten. Wel verplicht hij ze tot landsverdediging en staat hij ze toe voor vonnissen hoofdlering te halen in Antwerpen. Traditioneel houdt men in Breda echter 1252 aan als jaar van stadsrechtverlening. Breda groeit in de volgende decennia uit tot een volwaardige stad en bestuurscentrum van het Land van Breda (dat tot 1287 ook Bergen op Zoom omvat). In de 13 e eeuw wordt Breda omwald met poorten, vanaf 1332 is de stad ommuurd.