2 april 1233
Huis Brabant
De oudste vermelding van ‘Endehoven’ dateert van 1232 (cop. 16 e e.).
Hendrik I, hertog van Brabant, verleent in 1232 aan zijn stad en burgers (opido et burgensibus) van Eindhoven hetzelfde recht als ’s-Hertogenbosch heeft. Ook draagt hij aan ’s-Hertogenbosch op om ingeval van hoofdvaart vonnissen te verstrekken en juridische adviezen te geven, vergunt de burgers van Eindhoven één dag per week markt te houden en verplicht de omwonenden deze markt te bezoeken.
De originele oorkonde is niet bewaard, noch de bevestiging door Jan IV, hertog van Brabant, van 2 jan. 1423. De tekst (van beide oorkonden) is thans in officiële vorm alleen nog voorhanden via een bevestiging door Philips II als hertog van Brabant van 20 dec. 1596. Afschriften bevinden zich onder meer in het cartularium van de stad.
Aangenomen wordt dat Eindhoven tussen 1212 en 1232 gesticht werd als een nieuwe nederzetting. In 1232 is van Eindhoven sprake als opidum: versterkte stad of een plaats waartoe een versterking (veste) behoort en ook van burgers, en dus van een al bestaande toestand. Mogelijk is Eindhoven in 1212 al door de hertog gesticht, maar krijgt het pas in 1232 stadsrecht. In die tijd is een dergelijk verschil in tijd tussen rechtshandeling en beoorkonding niet ongebruikelijk. Vandaar ook dat in de oorkonde van 1232 in de verleden tijd wordt gesproken. Vanaf 1245 worden schepenen van Eindhoven genoemd. Eindhoven is een hoge heerlijkheid die tot jan.1368 wordt gedeeld door de hertog en de heer van Cranendonck. Eindhoven is ommuurd en omgracht en staat in de stedenatlas van Jacob van Deventer (ca. 1560).